Het Stroomdallandschap van de Drentse Aa



Het stroomdallandschap van de Drentse Aa ligt tussen Assen en Groningen ten oosten van de A28. Beekjes die kronkelend door een bekoorlijk landschap stromen komen in ons land bijna niet meer voor. Het gave beekdal van de Drentse Aa is dan ook echt een uniek Nederlands cultuurlandschap, en bovendien een officieel stiltegebied. 


De houtwallen en bloemrijke hooilandjes langs de oevers zorgen voor een weldadige kleinschaligheid en intimiteit. Ook buiten de stroomdalen is veel moois te zien: daar liggen de heidevelden, zandwegen en bossen waar Drenthe geliefd om is. Om een misverstand te voorkomen geen enkele beek in dit natuurgebied heet Drentse Aa.  Die naam duikt pas op in de provincie Groningen, waar het stelsel van kleine beekjes bij elkaar komt en een stevige beek vormt. Met het stroomdallandschap van de Drentse Aa wordt juist het gebied van deze kleinere 'toeleveringsbeken' bedoeld. Daarbij zijn twee hoofd- takken te onderscheiden: het Taarlosediep en het Gastersediep, die samenstromen in het Oudemolensediep.Later verandert die naam nog in het Schipborgserdiep en het Westerdiep. Iedereen was geneigd om zijn stuk beek naar het eigen gehucht of omgeving te noemen.Er zijn plannen om van de beekdalen een Nationaal Park te maken.

De beekdalen zijn ook nu al beschermde natuurgebieden waarover Staatsbosbeheer het beheer voert. Kunstmest is hier taboe, de natuur mag zijn gang gaan. Je vindt hier planten die elders nauwelijks meer voorkomen. Zelfs orchideeën. Ook ijsvogels en watersnippen laten zich hier zien. Het gebied is vrij toegankelijk. Vanwege de kwetsbare oevers is varen echter verboden (ook met kano's). De Hunebedbouwers lieten hier hun vee grazen.
foto © Hans Meijer